Vanmorgen vroeg ging de wekker alweer, het was tijd om van het zuider- naar het noorder- eiland te gaan. Er was nog even wat verwarring, want het was de 21e en was er dan niet iets met een klok die een uur vooruit of nou juist achteruit ging? Doen ze dat hier ook? Navraag leerde ons dat ze er hier wel aan doen, maar dan met Pasen dus geen paniek. Eerst nog even langs de Hollandse warme bakker om een lekker krentenbolletje te halen en een broodje voor onderweg en toen op naar de boot. Om klokslag 5 over 10 verlieten we de haven van Picton. We hadden een mooi plekje boven op het zonnedek, en ja de zon scheen weer. Het was ongeveer een uurtje cruisen door de sounds en dat uurtje was zo om. Wat een ervaring om zo tussen de bergen door te varen en na elke bocht was het weer een verrassing, of de zee al verscheen, of dat we nog even konden genieten. Uiteindelijk op open zee konden we het noordereiland ook al zien opdoemen vanuit een sprookjesachtige nevel en verdween het zuidereiland langzaam uit zicht. Ook werd de temperatuur iets minder aangenaam en via het binnenverblijf zijn we uiteindelijk voor op de boeg terecht gekomen, waar we lekker in het zonnetje konden uitwaaien. Toen kwam Wellington in zicht, een echte stad die we al een tijdje niet meer gezien hadden. De stad is om een baai heen gebouwd en dit is een leuk gezicht vanaf de boot. Toen we met de auto van de boot afreden zaten we meteen midden in de drukte, een 6-baans autoweg en ook dat was eventjes geleden. Al snel ging de weg weer over in de vertrouwde 2-baans wegen en reden we in de richting van het plaatsje Wanganui, waar we de nacht hebben doorgebracht op een camping aan het strand. De volgende dag was het richting Rotorua, via het Tongariro NP, waar we een 2tal wandelingen hadden gepland. Het Tongariro NP is een vulkaan landschap op grotere hoogte, tussen de 1500 en 2700 meter. Het land deed jammer genoeg zijn naam eer aan, Aotearoa wat “land van de lange witte wolk” betekent, en die hing op ongeveer 1500 meter. Dit hield dus in, dat van al het moois niets te zien was!
Eenmaal aangekomen in Rotorua hebben we een kijkje genomen in het stadspark. Dit stadje is het centrum van de thermische activiteit die ondergronds plaats vind. Dit heeft als gevolg dat in het park verschillende modderpoelen en meertjes zijn, waar al deze activiteit uit de grond komt. Je ziet dan ook overal in het park grote rookwolken uit deze poelen en meertjes komen en de boel kookt ook. Dit alles gaat gepaard met een enorme zwavel lucht die heel veel weg heeft van rotte eieren. Na de nodige plaatjes te hebben geschoten hebben we het hogerop gezocht, door met een kabelbaan de berg op te gaan. Hier boven op de berg was de zogenaamde “luge” of beter gezegd de skelterbaan. De karretjes zijn 3 wielers en druk je het stuur naar voren dan ga je harder, trek je het stuur naar je toe dan rem je. Je hebt er de keuze uit drie verschillende banen, een scenic route, de intermediate track en de advanced track. We hadden 5 ritten gekocht en de eerste is een verplichte scenic route om aan de karretjes te wennen, hierna kon het feest beginnen!! De 5 ritten waren veel te snel voorbij, maar wat hebben we een lol gehad, niet in de laatste plaats om de verplichte helmpjes die ons erg goed stonden.
De volgende morgen hadden we alweer een verkleed partij, een wetsuit, een zwemvest, zwemvliezen en alweer een prachtige helm, het was tijd om de Kaituna River te overwinnen, met behulp van een sledge, een soort drijfplankje met handvatten. Kaituna betekent zoiets als palingvoer en de rivier is een wilde, met de ene stroomversnelling nog heftiger dan de andere. Na een fikse boswandeling, een soort warming-up zeg maar, klommen we over een hek en sprongen we de rivier in. Na wat uitleg over hoe je dit spektakel het best kon overleven, was het stroomafwaarts via de verschillende stroomversnellingen, wat een feest. Als afsluiter hebben we nog met ons tweetjes naast elkaar “ge-surfed” tegen een watervalletje op, dit was nodig zodat de fotograaf dit op de gevoelige plaat kon vastleggen, en dat is gelukt. Moe van al het getrappel maar zeer voldaan namen we afscheid van de rivier en reden we naar het volgende reisdoel, Waitomo caves.
Het noordereiland is een stuk drukker bevolkt en dat merk je dus ook onderweg. Er staan geen files, maar waar we in het zuiden vaak kilometers reden zonder ander verkeer tegen te komen zie je hier altijd wel wat rijden. Ook zijn de plaatsjes waar je door heen rijd groter. Toch is het nog steeds een feest om hier rond te rijden en blijven de uitzichten erg mooi om te zien. Dit leggen we vast met behulp van de videocamera en zo hebben we straks uren materiaal waar we onze eigen roadmovie mee kunnen maken.
Aangekomen in Waitomo hebben we eerst een plaatsje op de camping vastgelegd. Dit was geen overbodige luxe, want s’avonds was elk plekje bezet. Dit komt omdat er in de buurt een topattractie is nl de glowworm caves. De zogenaamde glimwormen leven in de grotten waar het pikkedonker is. Doordat hun poep licht geeft lokken ze zo vliegjes, die ze vervolgens vangen en opeten, want daarvan worden ze groot en sterk. Je kunt je natuurlijk voorstellen dat dit een heel apart schouwspel is, allemaal lichtblauwe puntjes in een donkere grot. Nu kun je dit op verschillende manieren bekijken en aangezien wij nogal van het verkleden zijn de laatste tijd, hebben we voor de black abyss tour gekozen. Het tenue deze keer, een wetsuit, een harnas, rubberen laarzen en wederom een helm maar deze keer met mijnwerkerslamp. De tour begon met abseilen, na een korte uitleg en een proefhelling, was het 35 meter recht naar beneden heel verrassend een grot in. Vanaf een plateautje een donker gat in met alleen het licht van je helm. Beneden aangekomen was het na een korte wandeling tijd voor het volgende avontuur, de flying fox. Dit is een tokkelbaan en met uitgeschakelde lamp was dit de eerste kennismaking met de glimmende vrienden. Doordat het donker is heb je geen idee hoe hard en hoe ver je naar beneden raast, maar het is een prachtig gezicht om onder een blauwe gloed door te suizen om vervolgens plotsklaps stil te hangen, het einde van de tokkelbaan. Om even van alles bij te komen, werd er een kopje warme chocomel geserveerd met een lekker stuk koek, een kruising tussen een boterkoek en een mueslireep. Mocht je je afvragen waarom er dan een wetsuit nodig is, omdat de volgende stap een sprong met een binnenband in een donkere rivier was. Vanaf de rand waar we net nog lekker zaten te eten en te drinken, was het een sprong van een meter of 3 naar beneden het koude water in. Nu was het stroomopwaarts peddelen en genieten van verschillende formaties stalagmieten en stalactieten. Toen de grot zo laag werd dat we er niet meer doorheen pasten, zonder duikuitrusting, hebben we de lampen uitgeschakeld en was het stroomafwaarts de glimwormen volgen, wat een ervaring. Om de beestjes nog wat meer licht te laten geven, werd er met een binnenband keihard op het water geslagen. Door de trillingen hiervan denken de wormen dat er vliegjes in de buurt vliegen en doen ze nog meer hun best om licht te geven. De grot krijgt hiervan een hele blauwe gloed. Terug bij de plek waar we te water zijn gegaan, werden de binnenbanden weg gedaan en was het verder lopen. Lopen is misschien niet het goede woord het was meer waden, klimmen en natuurlijk klauteren. Sommige plekken waren zo laag dat je alleen plat op je buik verder kon. Als afsluiting moest er geklommen worden, maar dan wel tegen watervallen op. Dit geeft een extra dimensie aan de klimpartij al dat koude water boven op je kop. Uiteindelijk klommen we via de laatste waterval het daglicht weer tegemoet. Al met al heeft de hele tour een kleine 5 uur in beslag genomen en weer terug in onze normale outfit, konden we onder het genot van een lekker koppie soep en een warme bagel weer lekker op temperatuur komen. Later op de camping hebben we het op temperatuur komen nog even voortgezet in de hot tub.
De route gaat nu verder in een rechte lijn naar het noorden, the bay of islands. Eerste stop was op een camping pal aan het strand. We hebben s’nachts de gordijnen aan de zee kant opengelaten, om zo lang mogelijk van de branding in het maanlicht te genieten, echt heel vervelend! De camping was een zogenaamde basic camping en om s’ochtends wakker te worden kon je kiezen uit een koude douche, of een helderblauwe baai van de oceaan omringd door allerlei grillige rotsformaties met een hele kleine branding. Helaas waren alle douches bezet dus werd het de oceaan, dit is bijna leuk wakker worden. We hebben vervolgens uitgebreid ontbeten inclusief halfhard gekookt eitje en later bij de koffie zelfs een stukje carrot cake, het is tenslotte nog steeds vakantie en we vierden dat het vrijdag was. Het was vanaf hier nog maar een klein stukje rijden naar het plaatsje Pahia, het centrum van de bay of islands. Onderweg zijn we langs de “wereldberoemde” publieke toiletten van de heer Hundertwasser gekomen. Deze vage vent mediteerde vooral op het toilet en heeft er daarom een prachtig plekkie van gemaakt. Het is net een tempeltje, dat heel mooi betegeld is. Wel een raar idee om gewapend met je camera een openbaar toilet binnen te stappen, maar je komt er maar 1 keertje.
In Pahia hebben we eerst een boottochtje geboekt voor de volgende dag. Nu konden we op zoek gaan naar een camping. In downtown Pahia zijn alleen hotels, motels en backpacker hostels dus dat was voor ons geen optie. In een klein plaatsje een paar km buiten Pahia, Haruru Falls genaamd, hebben we op de gelijknamige camping voor de komende 2 nachten geboekt. De eigenaar van deze camping is een neef van Johan, een collega van Kiestra, die had al gezegd dat dit een prima plekkie was. Hij heeft dus niets te veel gezegd. De camping ligt pal aan de waterval en met behulp van de aanwezige kajaks hebben we daar s’middags lekker rond gepeddeld.
De volgende morgen moesten we om 9uur in de haven van Pahia zijn om aan boord te gaan van ons schip voor deze dag, een enorme catamaran. We zijn eerst naar Russel gevaren om nog een paar andere passagiers op te pikken, om vervolgens de baai in te varen. Toen we net goed en wel op weg waren stuitte we op een 2tal dolfijnen, die het nodig vonden om hun rug te krabben aan de roeren van onze boot!! Wat een leuk gezicht, en wat nog leuker was, is dat we vervolgens, gewapend met duikbril en snorkel, zelf het water in konden om met deze vrolijke beestjes mee te zwemmen. Dit is echt fantastisch maar ook vermoeiend, alle indrukken die je op zo’n moment krijgt te verwerken maken het zwemmen en spotten van de beestjes niet eenvoudig. Uiteindelijk hadden de dolfijnen er genoeg van en verdwenen uit beeld. Vol van de ervaring werd het zeil gehesen en zette we koers naar een van de eilanden, om daar vervolgens wat te gaan snorkelen. Onderweg hier naar toe hebben we en passant nog een hamerhaai gezien, lekker idee dat je net in het zelfde water hebt liggen spartellen! Het snorkelen was ook zeer de moeite waard. Het was in een baai met allemaal lavaformaties, waar tussen de visjes een lekker maaltje aan het opsporen waren. In de tussen tijd werd op de boot een bbq tevoorschijn getoverd, waar de lunch op werd bereid, worst met gebakken uien en salade voor de nodige pitamientjes. Het zonnetje draaide ondertussen weer op volle toeren en dit was prima vol te houden. Helaas ging de reis verder op de motor omdat de wind uit de verkeerde richting kwam. Liggend op de trampolines op het voordek was het lekker uitbuiken op de deining van de pacific ocean, het is tenslotte echt nog steeds vakantie!! Toen de motoren plotseling een tandje lager werden gezet bleek dat er weer een paar dolfijnen in de buurt waren. Dit betekende, van je luie derrière af, zwembroek aan en snorkel op klaar om weer tussen de flippers te zwemmen. Dit keer is Rechel te water gegaan en heeft Lukas de boel gefilmd. We hebben er beide van genoten, in het water van de leuke beestjes om je heen en vanaf de boot van al die wild zwemmende mensen tussen deze rustig zwemmende dolfijnen. Deze ervaring hebben we voor geen goud willen missen en iedereen op de boot was er tot in de haven vol van, dit was alweer een machtige dag die veel te snel voorbij is gegaan. Terug in de haven van Pahia waren er net 2 vissersbootjes hun vangst aan het wegen, dit gebeurde met behulp van een hijskraan. Het ging hier nl om een haai van bijna 2 meter en een zwaardvis van ruim 114 kilo!! Gelukkig dat we het zwemmen voor deze dag al gehad hadden….
Nu was het eerst tijd om een lekker koud biertje te drinken op de goede afloop en natuurlijk om het zoute water weg te spoelen. Als afsluiter hebben we een lekker pannetje, ons welbekende, greenlip mussels gegeten.
Morgen reizen we af naar Muriwai net boven Auckland. Dit zal onze laatste nacht in de camper zijn. Muriwai ligt aan de westkust en heeft geen wit strand, geen goudgeel strand maar een zwart lavazandstrand. Ook kunnen we hier genieten van een enorme kolonie Jan van Genten. De laatste 2 dagen zullen we in Auckland verblijven, om vervolgens op 1 april weer terug te keren in Amsterdam, of is dit nu juist een grap………….
Groetjes
zaterdag 27 maart 2010
zaterdag 20 maart 2010
Marlborough Sounds
Allereerst even een bedankje voor alle leuke reacties die we krijgen. Het motiveert enorm als je weet dat de verhalen gelezen worden, dus dank daar voor!!
Vorige keer zijn we gestopt met het vooruitzicht op een lekker dagje relaxen aan het strand in de golden bay. Toen we wakker werden was er natuurlijk geen zon te zien, sterker nog er viel af en toe een drupje regen. Dit heeft meteen zijn uitwerking op de mensen die waarschijnlijk afgesproken hebben dat, als het regent zijn we niet leuk en dat doet het er bijna nooit dus de rest van de tijd kunnen we gewoon wel leuk zijn. In de loop van de ochtend hield de regen op, maar de zon liet zich niet zien. Een goed alternatief was om dan maar gewoon lekker over het strand te banjeren, klein probleempje het was vloed dus er was geen strand over. Niet getreurd natuurlijk dan wandelen we wel over de weg naast het strand en dit was een prima idee. De kustlijn was hier ook weer enorm grillig en een genot om te zien. Bij een haventje verderop stond een bord langs de weg dat je er een espressootje kan drinken op de boot van niemand minder dan Jaques Cousteau. Het ging hier om een oude schuit die ooit van hem geweest was en inderdaad de koffie stond klaar en een oude grammafoon verzorgde de muziek. Hierna onze weg vervolgd en zo kwamen we aan bij het Abel Tasman memorial monument. Het monument was een enorme witte zuil met daarop een plaquette met de namen van de zeelieden die met de heer Tasman op reis waren. Uiteraard stond het monument weer boven op een berg, zodat er weer flink geklommen moest worden. Vanaf deze berg hadden we uitzicht op een mooie baai, waarin zich een dorpje bevond, dus het leek ons een goed idee om hier een hapje te gaan eten Jammer maar geen eettentje oid, alleen maar mooie huizen. Wel nog even bij gekletst met een lokale buurvrouw, met als gevolg dat het tij weer gekeerd was en we dus terug konden lopen via het strand. Dit was een hele opluchting want we hadden gewoon onze slippers aan en die zijn volgens mij voor korte wandelingetjes. Terug bij de camping hebben we even een lekker biertje gedronken in de dorpskroeg, maar zoals gezegd zijn de mensen niet leuk op zulke dagen en waren we snel weer terug bij de camper. S’avonds hebben we een lekker maaltje gekookt en hebben we heerlijk geslapen, om de volgende dag wakker te worden met een strak blauwe lucht?
Het volgende reisdoel was Havelock, beter bekend als “the green-lip mussel capital of the world”. Hier hebben we al maanden naar uitgekeken om in het restaurant the mussel pot een paar lekkere joekels van mosselen te eten. In ons NZ boek stond ook dat dit stadje heel veel kroegjes en galeries zou hebben, dus we waren er mooi op tijd. Na een plekje te hebben bemachtigd op de camping snel het dorpje in en er dus ook net zo snel weer uit, zijn we verkeerd gelopen? Andere kant op en weer het zelfde verhaal. Toch is het niet zo vervelend als het misschien lijkt, want je komt toch weer ogen tekort zo aan het begin van de Marlborough Sounds. S’avonds lekker gegeten en dit hadden we echt niet willen missen, we zijn voor de gegrilde variant gegaan overladen met knoflook. Om te voorkomen dat we hierdoor een enorm droge mond zouden krijgen, uit voorzorg maar een flesje Marlborough wijn erbij gedronken en daar slaap je prima op.
Nu was het op naar Picton waar we nog 2 dagen te gaan hebben. Via de Queen Charlotte Drive langs de gelijknamige sound gereden, had ik het vorige keer nog over een weg die geen 100 meter rechtdoor ging, deze weg ging nog geen 10 meter rechtdoor. De lokale bevolking rijdt er liever 40 km voor om via Blenheim, omdat op deze weg de gemiddelde snelheid niet boven de 30 uit komt. Maar je krijgt er natuurlijk wat voor terug, de ene baai is nog mooier dan de andere en de mensen die hier hun paleisjes hebben gebouwd hebben het goed gedaan.
S’avonds in Picton hadden we ook te maken met ons eerste ongemak, een lekke band! De stille hoop dat we er nog even mee verder konden, was snel verdwenen toen we s’ochtends wakker werden. We lagen allebei aan de zelfde kant, de camper stond op 1 oor. Dus eerst maar de reserve band eronder en toen eens kijken of de band gerepareerd kon worden. Een belletje met de verhuurder maakte veel duidelijk, red je maar. Zo gezegd zo gedaan en bij de pomp op de hoek was het voor een habbekrats voor elkaar. Om 10 uur waren we klaar voor ons mountain bike avontuur, waar we om 11 uur moesten zijn. Tijd genoeg dus om even bij de Hollandse warme bakker een krentenbol en een broodje voor onderweg te halen. We moesten het nu wel allemaal regelen, omdat we morgen met de ferry naar het Noorder eiland gaan en het dan ook nog zondag is. Het eerste doel aan de andere kant is het Tongariro NP waar het ook niet echt stikt van de echte bandenmannen.
De mtb trip kon beginnen, eerst met de water taxi met de fietsen op het dak, naar mistletoe bay gebracht, waarvandaan het nog 12,5 km is naar het einde van de Queen Charlotte track.. Vanaf Mistletoe bay is het eerst klimmen geblazen, even lekker opwarmen zeg maar tot dat je bij de track aankomt. Eenmaal op de track houdt het klimmen de eerste kilometers niet op. Het voordeel van al dat klimmen is, dat er een moment komt dat je weer terug naar zeeniveau moet en hoe. Met het verstand, bijna, op nul sjees je over een pad niet breder dan 1,5 meter naar beneden over boomwortels en keien, om zo nu en dan vol in de ankers te gaan voor een haarspeldje of een wandelaar. Aan het einde van de track even bijkomen en vervolgens weer met de watertaxi terug naar Picton, waar deze inspanning is beloond met een lekker gebakken visje.
Morgen om 10 uur varen we via de Marlborough sounds en Cooks strait naar het Noorder eiland, waar we om 1 uur aan zullen komen in de hoofdstad Wellington.
Groetjes.
Vorige keer zijn we gestopt met het vooruitzicht op een lekker dagje relaxen aan het strand in de golden bay. Toen we wakker werden was er natuurlijk geen zon te zien, sterker nog er viel af en toe een drupje regen. Dit heeft meteen zijn uitwerking op de mensen die waarschijnlijk afgesproken hebben dat, als het regent zijn we niet leuk en dat doet het er bijna nooit dus de rest van de tijd kunnen we gewoon wel leuk zijn. In de loop van de ochtend hield de regen op, maar de zon liet zich niet zien. Een goed alternatief was om dan maar gewoon lekker over het strand te banjeren, klein probleempje het was vloed dus er was geen strand over. Niet getreurd natuurlijk dan wandelen we wel over de weg naast het strand en dit was een prima idee. De kustlijn was hier ook weer enorm grillig en een genot om te zien. Bij een haventje verderop stond een bord langs de weg dat je er een espressootje kan drinken op de boot van niemand minder dan Jaques Cousteau. Het ging hier om een oude schuit die ooit van hem geweest was en inderdaad de koffie stond klaar en een oude grammafoon verzorgde de muziek. Hierna onze weg vervolgd en zo kwamen we aan bij het Abel Tasman memorial monument. Het monument was een enorme witte zuil met daarop een plaquette met de namen van de zeelieden die met de heer Tasman op reis waren. Uiteraard stond het monument weer boven op een berg, zodat er weer flink geklommen moest worden. Vanaf deze berg hadden we uitzicht op een mooie baai, waarin zich een dorpje bevond, dus het leek ons een goed idee om hier een hapje te gaan eten Jammer maar geen eettentje oid, alleen maar mooie huizen. Wel nog even bij gekletst met een lokale buurvrouw, met als gevolg dat het tij weer gekeerd was en we dus terug konden lopen via het strand. Dit was een hele opluchting want we hadden gewoon onze slippers aan en die zijn volgens mij voor korte wandelingetjes. Terug bij de camping hebben we even een lekker biertje gedronken in de dorpskroeg, maar zoals gezegd zijn de mensen niet leuk op zulke dagen en waren we snel weer terug bij de camper. S’avonds hebben we een lekker maaltje gekookt en hebben we heerlijk geslapen, om de volgende dag wakker te worden met een strak blauwe lucht?
Het volgende reisdoel was Havelock, beter bekend als “the green-lip mussel capital of the world”. Hier hebben we al maanden naar uitgekeken om in het restaurant the mussel pot een paar lekkere joekels van mosselen te eten. In ons NZ boek stond ook dat dit stadje heel veel kroegjes en galeries zou hebben, dus we waren er mooi op tijd. Na een plekje te hebben bemachtigd op de camping snel het dorpje in en er dus ook net zo snel weer uit, zijn we verkeerd gelopen? Andere kant op en weer het zelfde verhaal. Toch is het niet zo vervelend als het misschien lijkt, want je komt toch weer ogen tekort zo aan het begin van de Marlborough Sounds. S’avonds lekker gegeten en dit hadden we echt niet willen missen, we zijn voor de gegrilde variant gegaan overladen met knoflook. Om te voorkomen dat we hierdoor een enorm droge mond zouden krijgen, uit voorzorg maar een flesje Marlborough wijn erbij gedronken en daar slaap je prima op.
Nu was het op naar Picton waar we nog 2 dagen te gaan hebben. Via de Queen Charlotte Drive langs de gelijknamige sound gereden, had ik het vorige keer nog over een weg die geen 100 meter rechtdoor ging, deze weg ging nog geen 10 meter rechtdoor. De lokale bevolking rijdt er liever 40 km voor om via Blenheim, omdat op deze weg de gemiddelde snelheid niet boven de 30 uit komt. Maar je krijgt er natuurlijk wat voor terug, de ene baai is nog mooier dan de andere en de mensen die hier hun paleisjes hebben gebouwd hebben het goed gedaan.
S’avonds in Picton hadden we ook te maken met ons eerste ongemak, een lekke band! De stille hoop dat we er nog even mee verder konden, was snel verdwenen toen we s’ochtends wakker werden. We lagen allebei aan de zelfde kant, de camper stond op 1 oor. Dus eerst maar de reserve band eronder en toen eens kijken of de band gerepareerd kon worden. Een belletje met de verhuurder maakte veel duidelijk, red je maar. Zo gezegd zo gedaan en bij de pomp op de hoek was het voor een habbekrats voor elkaar. Om 10 uur waren we klaar voor ons mountain bike avontuur, waar we om 11 uur moesten zijn. Tijd genoeg dus om even bij de Hollandse warme bakker een krentenbol en een broodje voor onderweg te halen. We moesten het nu wel allemaal regelen, omdat we morgen met de ferry naar het Noorder eiland gaan en het dan ook nog zondag is. Het eerste doel aan de andere kant is het Tongariro NP waar het ook niet echt stikt van de echte bandenmannen.
De mtb trip kon beginnen, eerst met de water taxi met de fietsen op het dak, naar mistletoe bay gebracht, waarvandaan het nog 12,5 km is naar het einde van de Queen Charlotte track.. Vanaf Mistletoe bay is het eerst klimmen geblazen, even lekker opwarmen zeg maar tot dat je bij de track aankomt. Eenmaal op de track houdt het klimmen de eerste kilometers niet op. Het voordeel van al dat klimmen is, dat er een moment komt dat je weer terug naar zeeniveau moet en hoe. Met het verstand, bijna, op nul sjees je over een pad niet breder dan 1,5 meter naar beneden over boomwortels en keien, om zo nu en dan vol in de ankers te gaan voor een haarspeldje of een wandelaar. Aan het einde van de track even bijkomen en vervolgens weer met de watertaxi terug naar Picton, waar deze inspanning is beloond met een lekker gebakken visje.
Morgen om 10 uur varen we via de Marlborough sounds en Cooks strait naar het Noorder eiland, waar we om 1 uur aan zullen komen in de hoofdstad Wellington.
Groetjes.
woensdag 17 maart 2010
Abel Tasman national park en de Golden Bay
De zon is weer terug en de temperaturen zijn weer tropisch. Op dit moment zitten we aan de golden bay die zijn naam dankt aan de vele zonne-uren waar ze hier jaarlijks last van hebben. We hebben dus maar besloten om hier een extra dagje te blijven en lekker aan het strand te bakken, het is ten slotte vakantie.
Ons vertrek vanuit Westport begon met een ritje op de quad. Dit gebeurde in de achtertuin van de organisatie, de lower buller gorge. Je kon dit op verschillende manieren doen, met een paard, met een raft over de wilde rivier of zoals wij gedaan hebben met een quad. Het tenue was weer aangepast aan de omgeving, in dit geval een rubber tuinpak met bijbehorend knalgeel regenjack en om het compleet te maken een stel prachtige rubberen laarzen, kom maar op met de blubber! De rit begon rustig over een gravel pad waar we even konden wennen aan de machine, vooruit, achteruit en de bocht om. Onze gids had al gauw door dat het ons niet snel genoeg kon gaan en zette de vaart er stevig in. Aangekomen in de gorge was dit een grote speeltuin en ging het dwars door de bossen heuvel op en weer af. Links en rechts namen we ook elke modderpoel mee die we maar konden vinden, wat een feest. Met zulke dingen gaat de tijd altijd veel te snel en voor we het wisten reden we, weliswaar dwars door het water, weer terug naar de plek waar het allemaal begonnen was. Even de modder achter de oren vandaan gespoeld en zo waren we weer onderweg. De rit naar het noorden volgde de complete gorge en dit hield in dat het geen 100 meter rechtdoor ging. Dit was tot nu toe ook de weg met de meeste verkeerslichten omdat er op sommige plekken maar ruimte was voor 1 auto. We hebben het op ons gemakkie gedaan en aan het einde van de middag kwamen we aan in het plaatsje Motueka aan het begin van het Abel Tasman park. Abel Tasman heeft hier zijn eerste kennismaking gehad met Nieuw-Zeeland en de Maoris. De kennismaking was echter niet echt vriendelijk van aard en meneer Tasman maakte zich dan ook snel uit de voeten zonder ook maar 1 voet aan land te hebben gezet. Ene meneer James Cook was een aantal jaren later een stuk flinker en is de strijd aan gegaan en zo is het uiteindelijk een Engelse kolonie geworden. Dit alles speelde zich ongeveer 235 jaar geleden af en daarom wordt dit ook wel het jongste land ter wereld genoemd. De rest kun je wel lezen op wikipedia….
In het Abel Tasman district worden vele soorten fruit geteeld waarvan appels en peren de hoofdmoot vormen. Als je door het gebied rijdt kom je langs vele van deze telers. Het leuke hiervan is dat ze zakken met appels en peren langs de weg in een houten kastje of op tafel te koop aanbieden. De prijs staat erbij en naast het fruit staat een spaarvarken waar je het geld in kan doen. Verser kun je ze dus niet krijgen en ze smaken heerlijk. Hier komen dus de breaburn en de fuji appelen vandaan.
Aangekomen in Motueka hebben we een dagtripje gepland. S’ochtend om 8uur zijn we opgepikt van de camping en met een bus naar het ATpark gebracht. Daar vandaan zijn we met een watertaxi tot halverwege het ATpark gebracht waar we op een prachtig goudgeel strand zijn afgezet. Dit is een uitstekende manier om wakker te worden en dat was nodig ook. Het volgende deel van de tour was namelijk per kajak. Vanaf het strand was het pedellen naar Tonga island vlak voor de kust. Op dit eiland woont een zeehonden kolonie en dit was dus voor het eerst dat we oog in oog met de beestjes stonden. Wat het nog leuker maakte is dat er allemaal kleintjes waren die nog moeite hadden met hun motoriek, hoe eenvoudig moeders tegen een rots opklimt, zo lastig is het voor de ukkies. Het mooiste was dat er 1 zeehond even een kijkje kwam nemen bij onze kajak, na een aantal keer onder ons door te zijn gezwommen kwam ze langszij en stak haar hoofd even boven water om gedag te zeggen, erg leuk en indrukwekkend. Het was een vrouwtje want de gids vertelde dat alle mannetjes op zee waren en dat alleen de vrouwtjes en de kleintjes op het eiland woonde vandaar. Vanaf het eiland was het pedellen naar een ander strand waar we gingen lunchen, Bark Bay. Na de lunch zijn we verder gaan wandelen door het ATpark langs de kust richting Torrent Bay. De wandeling duurde 2uur en ging voornamelijk bergop voor de verandering. Het uitzicht is hierdoor natuurlijk wel mooi en we hebben de zilver varen en een nieuwe opgerolde varen gezien, de 2 symbolen van het land. Aangekomen in Torrent Bay konden we even een uurtje bijkomen op het strand. Hierna was het met de watertaxi weer terug naar de bus die ons op de camping heeft afgezet. Moe maar voldaan hebben we dag afgesloten met een pizzaatje in de stad.
De volgende morgen zijn we om het Abel Tasman park heen gereden richting de Golden Bay. We zijn helemaal naar boven gereden naar Farewell spit en hier links afgeslagen richting Wharariki beach. Dit is zo ongeveer het meest noordelijkste puntje van het Zuidereiland met een prachtige kustlijn. Het strand is te bereiken via een wandeling van 40 minuten en bestaat uit een zandstrand omringd door rotsen en kliffen die de meest grillige vormen hebben. Doordat het laagtij was hebben we ook een paar joekels van mosselen “geplukt” die we s’avonds lekker hebben opgepeuzeld met een bijbehorend alweer lokaal wit wijntje. Na een goede nachtrust zijn we s’ochtends nog naar Cape Farewell geklommen, het meest noordelijkste puntje van het Zuidereiland, waar we een prachtig schouwspel zagen van alweer een paar zeehonden, je kunt er echt uren naar kijken. Na nog iets verder door klimmen hadden we ook een mooi uitzicht over Farewell spit, dit is een zandbank van een ruim 20km. Het was ondertussen tijd geworden om de inwendige mens te verzorgen en dat kan uitstekend in de beroemde pub de “Mussel Inn” in het iets zuidelijker gelegen Onekaka. In deze pub brouwt men nog zijn eigen bier waaronder het captain cooker biertje, naar het recept van eerder genoemde meneer Cook. Dit biertje is op smaak gebracht met de bladeren van de inheemse manuka boom. Dit moesten we natuurlijk even proeven en met een lekker hapje ernaast was dit prima. De biertjes zijn ook te koop in het stadje Takaka en daar moesten we toch nog even naar de supermarkt dus dat kwam goed uit. Na het culinaire hoogtepuntje zijn we nog bij de Pupu springs geweest. Na een korte wandeling kom je bij een bron met het meest heldere water wat er bestaat. Je kunt de bodem zien en de bron lijkt daardoor een meter of 5 diep, in werkelijkheid is de bron echter een slordige 200 meter diep! Het water komt met een hoeveelheid van 14000 liter, ongeveer 40 badkuipen vol, per seconde omhoog.
Nu zitten we in het strandplaatsje Pohara waar we dus een extra dagje blijven om van zon, zee en strand te genieten. Hierna zullen we de bocht om gaan, om via de Marlborough sounds richting Picton te gaan waar we de boot naar het Noordereiland zullen nemen.
Groetjes
Ons vertrek vanuit Westport begon met een ritje op de quad. Dit gebeurde in de achtertuin van de organisatie, de lower buller gorge. Je kon dit op verschillende manieren doen, met een paard, met een raft over de wilde rivier of zoals wij gedaan hebben met een quad. Het tenue was weer aangepast aan de omgeving, in dit geval een rubber tuinpak met bijbehorend knalgeel regenjack en om het compleet te maken een stel prachtige rubberen laarzen, kom maar op met de blubber! De rit begon rustig over een gravel pad waar we even konden wennen aan de machine, vooruit, achteruit en de bocht om. Onze gids had al gauw door dat het ons niet snel genoeg kon gaan en zette de vaart er stevig in. Aangekomen in de gorge was dit een grote speeltuin en ging het dwars door de bossen heuvel op en weer af. Links en rechts namen we ook elke modderpoel mee die we maar konden vinden, wat een feest. Met zulke dingen gaat de tijd altijd veel te snel en voor we het wisten reden we, weliswaar dwars door het water, weer terug naar de plek waar het allemaal begonnen was. Even de modder achter de oren vandaan gespoeld en zo waren we weer onderweg. De rit naar het noorden volgde de complete gorge en dit hield in dat het geen 100 meter rechtdoor ging. Dit was tot nu toe ook de weg met de meeste verkeerslichten omdat er op sommige plekken maar ruimte was voor 1 auto. We hebben het op ons gemakkie gedaan en aan het einde van de middag kwamen we aan in het plaatsje Motueka aan het begin van het Abel Tasman park. Abel Tasman heeft hier zijn eerste kennismaking gehad met Nieuw-Zeeland en de Maoris. De kennismaking was echter niet echt vriendelijk van aard en meneer Tasman maakte zich dan ook snel uit de voeten zonder ook maar 1 voet aan land te hebben gezet. Ene meneer James Cook was een aantal jaren later een stuk flinker en is de strijd aan gegaan en zo is het uiteindelijk een Engelse kolonie geworden. Dit alles speelde zich ongeveer 235 jaar geleden af en daarom wordt dit ook wel het jongste land ter wereld genoemd. De rest kun je wel lezen op wikipedia….
In het Abel Tasman district worden vele soorten fruit geteeld waarvan appels en peren de hoofdmoot vormen. Als je door het gebied rijdt kom je langs vele van deze telers. Het leuke hiervan is dat ze zakken met appels en peren langs de weg in een houten kastje of op tafel te koop aanbieden. De prijs staat erbij en naast het fruit staat een spaarvarken waar je het geld in kan doen. Verser kun je ze dus niet krijgen en ze smaken heerlijk. Hier komen dus de breaburn en de fuji appelen vandaan.
Aangekomen in Motueka hebben we een dagtripje gepland. S’ochtend om 8uur zijn we opgepikt van de camping en met een bus naar het ATpark gebracht. Daar vandaan zijn we met een watertaxi tot halverwege het ATpark gebracht waar we op een prachtig goudgeel strand zijn afgezet. Dit is een uitstekende manier om wakker te worden en dat was nodig ook. Het volgende deel van de tour was namelijk per kajak. Vanaf het strand was het pedellen naar Tonga island vlak voor de kust. Op dit eiland woont een zeehonden kolonie en dit was dus voor het eerst dat we oog in oog met de beestjes stonden. Wat het nog leuker maakte is dat er allemaal kleintjes waren die nog moeite hadden met hun motoriek, hoe eenvoudig moeders tegen een rots opklimt, zo lastig is het voor de ukkies. Het mooiste was dat er 1 zeehond even een kijkje kwam nemen bij onze kajak, na een aantal keer onder ons door te zijn gezwommen kwam ze langszij en stak haar hoofd even boven water om gedag te zeggen, erg leuk en indrukwekkend. Het was een vrouwtje want de gids vertelde dat alle mannetjes op zee waren en dat alleen de vrouwtjes en de kleintjes op het eiland woonde vandaar. Vanaf het eiland was het pedellen naar een ander strand waar we gingen lunchen, Bark Bay. Na de lunch zijn we verder gaan wandelen door het ATpark langs de kust richting Torrent Bay. De wandeling duurde 2uur en ging voornamelijk bergop voor de verandering. Het uitzicht is hierdoor natuurlijk wel mooi en we hebben de zilver varen en een nieuwe opgerolde varen gezien, de 2 symbolen van het land. Aangekomen in Torrent Bay konden we even een uurtje bijkomen op het strand. Hierna was het met de watertaxi weer terug naar de bus die ons op de camping heeft afgezet. Moe maar voldaan hebben we dag afgesloten met een pizzaatje in de stad.
De volgende morgen zijn we om het Abel Tasman park heen gereden richting de Golden Bay. We zijn helemaal naar boven gereden naar Farewell spit en hier links afgeslagen richting Wharariki beach. Dit is zo ongeveer het meest noordelijkste puntje van het Zuidereiland met een prachtige kustlijn. Het strand is te bereiken via een wandeling van 40 minuten en bestaat uit een zandstrand omringd door rotsen en kliffen die de meest grillige vormen hebben. Doordat het laagtij was hebben we ook een paar joekels van mosselen “geplukt” die we s’avonds lekker hebben opgepeuzeld met een bijbehorend alweer lokaal wit wijntje. Na een goede nachtrust zijn we s’ochtends nog naar Cape Farewell geklommen, het meest noordelijkste puntje van het Zuidereiland, waar we een prachtig schouwspel zagen van alweer een paar zeehonden, je kunt er echt uren naar kijken. Na nog iets verder door klimmen hadden we ook een mooi uitzicht over Farewell spit, dit is een zandbank van een ruim 20km. Het was ondertussen tijd geworden om de inwendige mens te verzorgen en dat kan uitstekend in de beroemde pub de “Mussel Inn” in het iets zuidelijker gelegen Onekaka. In deze pub brouwt men nog zijn eigen bier waaronder het captain cooker biertje, naar het recept van eerder genoemde meneer Cook. Dit biertje is op smaak gebracht met de bladeren van de inheemse manuka boom. Dit moesten we natuurlijk even proeven en met een lekker hapje ernaast was dit prima. De biertjes zijn ook te koop in het stadje Takaka en daar moesten we toch nog even naar de supermarkt dus dat kwam goed uit. Na het culinaire hoogtepuntje zijn we nog bij de Pupu springs geweest. Na een korte wandeling kom je bij een bron met het meest heldere water wat er bestaat. Je kunt de bodem zien en de bron lijkt daardoor een meter of 5 diep, in werkelijkheid is de bron echter een slordige 200 meter diep! Het water komt met een hoeveelheid van 14000 liter, ongeveer 40 badkuipen vol, per seconde omhoog.
Nu zitten we in het strandplaatsje Pohara waar we dus een extra dagje blijven om van zon, zee en strand te genieten. Hierna zullen we de bocht om gaan, om via de Marlborough sounds richting Picton te gaan waar we de boot naar het Noordereiland zullen nemen.
Groetjes
zaterdag 13 maart 2010
bergen en valleien
Zo hier zijn we weer.
Vanaf Manapouri zijn we richting Queenstown gereden. Queenstown is de doe stad van de wereld en je kunt het zo gek niet bedenken of ze doen het daar. Bungeejumping, wildwatervaren, jet boat varen, skydiven, parasailen, 4x4 rijden enz enz… aan dit alles hangt natuurlijk een enorme prijskaart en niets is meer uniek. Als je door het centrum rijdt is het alleen maar extreem en adventure wat de klok slaat. Het is een massa productie voor de toerist geworden. Nu hadden wij van te voren nog het idee om hier wat tijd te besteden om leuke dingen te gaan doen, maar na al het moois wat we in de fjorden hebben beleefd is het hele Queenstown gebeuren een beetje overdone en al helemaal niet echt. We zijn er dus door heen gereden, hebben aan het water even de benen gestrekt en hebben het al weer snel achter ons gelaten. Via een bergpas zijn we vervolgens naar Wanaka gegaan. Dit is een stadje omgeven door ski gebieden en ligt aan een groot meer met de verrassende naam: Lake Wanaka. Het is een echt bergstadje met een hoog jetset gehalte in de vorm van dames met veel te grote zonnebrillen en porsches met hun eigen naam als kenteken. Om toch een beetje back to basic te gaan hebben we net buiten Wanaka de nacht door gebracht op een zogenaamde informele camping. Op deze camping is wat koud stromend water en 2 toiletten. De receptie bestaat uit een houten kastje met daarin enveloppen waar je je sta geld in kan doen. De locatie was prachtig aan een wild stromend riviertje waarin we nog “lekker” hebben liggen dobberen, het was smeltwater, maar wel lekker na al weer een warme dag. Na wat kokkerellen hebben we nog even in het pikkedonker van een heldere sterrenhemel genoten en onder het genot van een lokaal flesje wijn een hoop vallende sterren gezien. Omdat we toch geen echte kampeerders zijn hebben we de volgende ochtend in Wanaka een heerlijk ontbijtje met een grote kop cappuccino genomen en via de supermarkt zijn we weer verder op pad gegaan. Het volgende doel was het plaatsje Twizel. De rit hier naar toe was mooi maar weinig afwisselend, je rijd er door valleien en alles is dor. Na al het moois wat we al gezien hebben zijn we natuurlijk best verwend. Het is een gebied waar vroeger veel goud gevonden is en het lijkt dan ook of de tijd sinds dien stil heeft gestaan. In de middag kwamen we door het stadje Omarama en ons slimme kastje in de radio begon te vertellen dat het hier een paradijs voor zweefvliegen is vanwege de perfecte thermiek. Wij besloten om eens te kijken op het vliegveld en misschien eens een vluchtje te wagen. Eenmaal op het vliegveld was er ook de mogelijkheid om een rondvlucht te maken in een ouderwetse dubbeldekker en toen waren we verkocht. De rondvlucht was in een oude rode open dubbeldekker inclusief outfit nl: leren helm met bril, dikke leren jas en voor Rechel natuurlijk een witte zijde sjaal. Het mooiste was dat we met ons tweetje voorin konden zitten. Na een uitleg en een safety briefing moest het oude beestje eerst nog 15minuten warm draaien voordat het de lucht in kon. En toen vanaf een al net zo oud knollenveld het luchtruim in met de wind in je gezicht werkelijk fantastisch!! Wat ook opviel is dat op een steenworp vanaf de weg die zo eentonig leek er een oase aan water ligt met een onwerkelijk blauwe kleur. Deze diep blauwe kleur komt van het smeltwater van de omliggende gletsjers. Ook hebben we de nabijgelegen waterkrachtcentrale en bijbehorende stuwdam vanuit de lucht bekeken. Dit was vlucht die we niet snel zullen vergeten.
Na een uitstekende nacht in Twizel zijn we richting Arthurs pass gereden. De route ging via 2 prachtige meren, Lake Pukaki en Lake Tekapo. Bij Lake Pukaki heb je uitzicht op Mt Cook (de hoogste alp van NZ) en bij aankomst was de ochtendnevel net aan het optrekken waardoor de berg met z’n witte top er mooi bij lag, al met al weer een prachtig plaatje. Vervolgens bij Lake Tekapo een lekker hollands bakkie gedaan op het strand. Het volgende stuk van de rit was vlak tot aan Mount Hutt waar het weer bergie op en af ging. Opnieuw was de temperatuur bijna tropisch en is het een raar gezicht om langs allerlei skigebieden te rijden. Uiteindelijk kwamen we bij de afslag naar Arthurs pass die ons naar de westkust zal brengen. Deze weg is ook weer een plaatje en vlak voor het plaatsje zelf hebben we de nacht doorgebracht aan een meertje. Bij dit meertje was kamperen toegestaan en hier stonden we dan met een aantal andere campers die dit paradijsje in de bergen hadden gevonden. Na een lekker maaltje en alweer een lokaal flesje vroeg onder de wol gekropen want morgen moet er gewandeld worden en hoe.
Inderdaad in het lokale national park hebben we 2 wandelingen uitgezocht. De eerste wandeling duurt een uurtje en brengt ons naar de “devils punchbowl” , een enorme waterval. het uurtje is wel meteen goed wakker worden want het is of steil omhoog of net zo steil weer omlaag. Wat we trouwens ook voor het eerst meemaken is regen, we hebben het overal wel gehoord en het is natuurlijk niet voor niets zo groen maar toch het is eventjes wennen. Aangekomen bij de waterval is het alweer, het is bijna eentonig, heel erg mooi. Na het genieten van al het moois gaan we weer terug naar het dorpje waar we onszelf te goed doen aan een lekker kopje koffie en een broodje. De volgende wandeltocht duurt 4uur en gaat door een vallei die zijn oorsprong vind bij een gletsjer. Het begin van de tocht brengt ons eerst via een stroompje naar het begin van de vallei. Wat eerst nog door het bos gaat, gaat langzaam over in rotsblokken en water. Het begint meer op klimmen en klauteren te lijken dan op wandelen maar we vermaken ons allebei prima in deze omgeving, we weten nu het verschil tussen tracking en tramping bij tramping zijn ze het pad vergeten aan te leggen. Na 2 uurtjes te hebben geklommen komen we dan uiteindelijk bij de gletsjer aan waar we even wat brandstof tot ons nemen. Aan de voet van de gletsjer met enorme bergen om ons heen voelen we ons alweer heel klein. We zijn ook blij dat het regent want als we deze tocht hadden moeten doen met de temperaturen die we tot nu toe gewend waren was het een stuk zwaarder geweest. Moe maar voldaan komen we terug bij de camper en na een kleine pauze vervolgen we onze weg richting de westkust. We stoppen in het plaatsje Punakaiki om de nacht door te brengen. Dit plaatsje staat bekend om de pancake rocks, rotsformaties in zee die lijken te zijn opgebouwd uit laagjes. Het leukste is om dit te bekijken als het hoog water is omdat dan het water overal opgestuwd word en er overal uitspuit, de zogenaamde blowholes. Het hoogwater is s’ochtend om half 10 dus kunnen we lekker even douchen en een lekker visje op de hoek eten. S’avonds op de camping hebben we nog kennis gemaakt met een weka, een loopvogel. Dit nieuwsgierig beestje kwam even polshoogte nemen bij de nieuwe gasten voor de nacht.
We hebben alles mee bij de pancake rocks de volgende ochtend, het is hoogtij en de wind komt met een krachtje 6 tot 7 uit precies de goede richting. Het water vliegt je echt om de oren wat een geweld, na een keer of 3 op en neer te zijn gelopen, we konden er geen genoeg van krijgen, zijn we toch weer verder naar het noorden gereden richting Westport. Vlak voor dit plaatsje is er nog een zeehondenkolonie te zien. Via een korte wandeling heb je uitzicht op de rotspartij waar de zeehonden op leven en er waren ook allemaal jonge zeehondjes bij. De jonkies zijn speels en daar kun je uren naar kijken, dankzij de nu zware regen hebben we toch afscheid kunnen nemen van de beestjes en hebben we in Westport weer wat boodschappen gehaald om de campervoorraad weer op peil te brengen. Er waren ook nog paardenraces aan de gang in dit stadje en omdat elk plaatsje met meer dan 1000 inwoners wel een paardenrenbaan heeft hebben we bezoekje gebracht aan dit spektakel. We dachten dat we wel iets konden eten op de renbaan maar daar waar eten stond waren we niet echt welkom, iets met v.i.p. en etiquette van de drafsport? Voor de gewone man gaat het bij de paarden sport alleen om gokken en bier en daar is natuurlijk niets mis mee. Toch mooi even de kampioen op de foto gezet en toen maar ons eigen maaltje ge- bbq-ed op de camping. Na het eten hebben we een lekkere strandwandeling gemaakt om het eten te laten zakken. Dit is het eerste echte zandstrand wat we zagen en toen er dus 2 grote rotsen op het strand lagen moesten we daar over heen rennen. Tot onze verbazing zat tussen deze 2 rotsen, in de luwte, ineens een pinguin! Deze kleine vriend zat hier in z’n eentje en schrok van ons zoals wij van hem. We hadden onderweg wel bordjes gezien dat je moest oppassen voor overstekende pinguins maar toch raar als er zo eentje voor je neus op het strand staat. Gelukkig hadden we de camera mee dus het beestje staat op de gevoelige plaat.
Morgen worden we om half 11 in de nabij gelegen gorge verwacht waar we dit keer met een quad de boel gaan verkennen. Dit belooft natuurlijk weer wat en waarschijnlijk zit de blubber achter onze oren. Als het goed is kunnen jullie de volgende keer lezen hoe dit afgelopen is. Na dit spektakel vervolgen we onze route naar de golden bay en het abel tasman national park waar we hopelijk weer wat meer zon hebben.
Groetjes
Vanaf Manapouri zijn we richting Queenstown gereden. Queenstown is de doe stad van de wereld en je kunt het zo gek niet bedenken of ze doen het daar. Bungeejumping, wildwatervaren, jet boat varen, skydiven, parasailen, 4x4 rijden enz enz… aan dit alles hangt natuurlijk een enorme prijskaart en niets is meer uniek. Als je door het centrum rijdt is het alleen maar extreem en adventure wat de klok slaat. Het is een massa productie voor de toerist geworden. Nu hadden wij van te voren nog het idee om hier wat tijd te besteden om leuke dingen te gaan doen, maar na al het moois wat we in de fjorden hebben beleefd is het hele Queenstown gebeuren een beetje overdone en al helemaal niet echt. We zijn er dus door heen gereden, hebben aan het water even de benen gestrekt en hebben het al weer snel achter ons gelaten. Via een bergpas zijn we vervolgens naar Wanaka gegaan. Dit is een stadje omgeven door ski gebieden en ligt aan een groot meer met de verrassende naam: Lake Wanaka. Het is een echt bergstadje met een hoog jetset gehalte in de vorm van dames met veel te grote zonnebrillen en porsches met hun eigen naam als kenteken. Om toch een beetje back to basic te gaan hebben we net buiten Wanaka de nacht door gebracht op een zogenaamde informele camping. Op deze camping is wat koud stromend water en 2 toiletten. De receptie bestaat uit een houten kastje met daarin enveloppen waar je je sta geld in kan doen. De locatie was prachtig aan een wild stromend riviertje waarin we nog “lekker” hebben liggen dobberen, het was smeltwater, maar wel lekker na al weer een warme dag. Na wat kokkerellen hebben we nog even in het pikkedonker van een heldere sterrenhemel genoten en onder het genot van een lokaal flesje wijn een hoop vallende sterren gezien. Omdat we toch geen echte kampeerders zijn hebben we de volgende ochtend in Wanaka een heerlijk ontbijtje met een grote kop cappuccino genomen en via de supermarkt zijn we weer verder op pad gegaan. Het volgende doel was het plaatsje Twizel. De rit hier naar toe was mooi maar weinig afwisselend, je rijd er door valleien en alles is dor. Na al het moois wat we al gezien hebben zijn we natuurlijk best verwend. Het is een gebied waar vroeger veel goud gevonden is en het lijkt dan ook of de tijd sinds dien stil heeft gestaan. In de middag kwamen we door het stadje Omarama en ons slimme kastje in de radio begon te vertellen dat het hier een paradijs voor zweefvliegen is vanwege de perfecte thermiek. Wij besloten om eens te kijken op het vliegveld en misschien eens een vluchtje te wagen. Eenmaal op het vliegveld was er ook de mogelijkheid om een rondvlucht te maken in een ouderwetse dubbeldekker en toen waren we verkocht. De rondvlucht was in een oude rode open dubbeldekker inclusief outfit nl: leren helm met bril, dikke leren jas en voor Rechel natuurlijk een witte zijde sjaal. Het mooiste was dat we met ons tweetje voorin konden zitten. Na een uitleg en een safety briefing moest het oude beestje eerst nog 15minuten warm draaien voordat het de lucht in kon. En toen vanaf een al net zo oud knollenveld het luchtruim in met de wind in je gezicht werkelijk fantastisch!! Wat ook opviel is dat op een steenworp vanaf de weg die zo eentonig leek er een oase aan water ligt met een onwerkelijk blauwe kleur. Deze diep blauwe kleur komt van het smeltwater van de omliggende gletsjers. Ook hebben we de nabijgelegen waterkrachtcentrale en bijbehorende stuwdam vanuit de lucht bekeken. Dit was vlucht die we niet snel zullen vergeten.
Na een uitstekende nacht in Twizel zijn we richting Arthurs pass gereden. De route ging via 2 prachtige meren, Lake Pukaki en Lake Tekapo. Bij Lake Pukaki heb je uitzicht op Mt Cook (de hoogste alp van NZ) en bij aankomst was de ochtendnevel net aan het optrekken waardoor de berg met z’n witte top er mooi bij lag, al met al weer een prachtig plaatje. Vervolgens bij Lake Tekapo een lekker hollands bakkie gedaan op het strand. Het volgende stuk van de rit was vlak tot aan Mount Hutt waar het weer bergie op en af ging. Opnieuw was de temperatuur bijna tropisch en is het een raar gezicht om langs allerlei skigebieden te rijden. Uiteindelijk kwamen we bij de afslag naar Arthurs pass die ons naar de westkust zal brengen. Deze weg is ook weer een plaatje en vlak voor het plaatsje zelf hebben we de nacht doorgebracht aan een meertje. Bij dit meertje was kamperen toegestaan en hier stonden we dan met een aantal andere campers die dit paradijsje in de bergen hadden gevonden. Na een lekker maaltje en alweer een lokaal flesje vroeg onder de wol gekropen want morgen moet er gewandeld worden en hoe.
Inderdaad in het lokale national park hebben we 2 wandelingen uitgezocht. De eerste wandeling duurt een uurtje en brengt ons naar de “devils punchbowl” , een enorme waterval. het uurtje is wel meteen goed wakker worden want het is of steil omhoog of net zo steil weer omlaag. Wat we trouwens ook voor het eerst meemaken is regen, we hebben het overal wel gehoord en het is natuurlijk niet voor niets zo groen maar toch het is eventjes wennen. Aangekomen bij de waterval is het alweer, het is bijna eentonig, heel erg mooi. Na het genieten van al het moois gaan we weer terug naar het dorpje waar we onszelf te goed doen aan een lekker kopje koffie en een broodje. De volgende wandeltocht duurt 4uur en gaat door een vallei die zijn oorsprong vind bij een gletsjer. Het begin van de tocht brengt ons eerst via een stroompje naar het begin van de vallei. Wat eerst nog door het bos gaat, gaat langzaam over in rotsblokken en water. Het begint meer op klimmen en klauteren te lijken dan op wandelen maar we vermaken ons allebei prima in deze omgeving, we weten nu het verschil tussen tracking en tramping bij tramping zijn ze het pad vergeten aan te leggen. Na 2 uurtjes te hebben geklommen komen we dan uiteindelijk bij de gletsjer aan waar we even wat brandstof tot ons nemen. Aan de voet van de gletsjer met enorme bergen om ons heen voelen we ons alweer heel klein. We zijn ook blij dat het regent want als we deze tocht hadden moeten doen met de temperaturen die we tot nu toe gewend waren was het een stuk zwaarder geweest. Moe maar voldaan komen we terug bij de camper en na een kleine pauze vervolgen we onze weg richting de westkust. We stoppen in het plaatsje Punakaiki om de nacht door te brengen. Dit plaatsje staat bekend om de pancake rocks, rotsformaties in zee die lijken te zijn opgebouwd uit laagjes. Het leukste is om dit te bekijken als het hoog water is omdat dan het water overal opgestuwd word en er overal uitspuit, de zogenaamde blowholes. Het hoogwater is s’ochtend om half 10 dus kunnen we lekker even douchen en een lekker visje op de hoek eten. S’avonds op de camping hebben we nog kennis gemaakt met een weka, een loopvogel. Dit nieuwsgierig beestje kwam even polshoogte nemen bij de nieuwe gasten voor de nacht.
We hebben alles mee bij de pancake rocks de volgende ochtend, het is hoogtij en de wind komt met een krachtje 6 tot 7 uit precies de goede richting. Het water vliegt je echt om de oren wat een geweld, na een keer of 3 op en neer te zijn gelopen, we konden er geen genoeg van krijgen, zijn we toch weer verder naar het noorden gereden richting Westport. Vlak voor dit plaatsje is er nog een zeehondenkolonie te zien. Via een korte wandeling heb je uitzicht op de rotspartij waar de zeehonden op leven en er waren ook allemaal jonge zeehondjes bij. De jonkies zijn speels en daar kun je uren naar kijken, dankzij de nu zware regen hebben we toch afscheid kunnen nemen van de beestjes en hebben we in Westport weer wat boodschappen gehaald om de campervoorraad weer op peil te brengen. Er waren ook nog paardenraces aan de gang in dit stadje en omdat elk plaatsje met meer dan 1000 inwoners wel een paardenrenbaan heeft hebben we bezoekje gebracht aan dit spektakel. We dachten dat we wel iets konden eten op de renbaan maar daar waar eten stond waren we niet echt welkom, iets met v.i.p. en etiquette van de drafsport? Voor de gewone man gaat het bij de paarden sport alleen om gokken en bier en daar is natuurlijk niets mis mee. Toch mooi even de kampioen op de foto gezet en toen maar ons eigen maaltje ge- bbq-ed op de camping. Na het eten hebben we een lekkere strandwandeling gemaakt om het eten te laten zakken. Dit is het eerste echte zandstrand wat we zagen en toen er dus 2 grote rotsen op het strand lagen moesten we daar over heen rennen. Tot onze verbazing zat tussen deze 2 rotsen, in de luwte, ineens een pinguin! Deze kleine vriend zat hier in z’n eentje en schrok van ons zoals wij van hem. We hadden onderweg wel bordjes gezien dat je moest oppassen voor overstekende pinguins maar toch raar als er zo eentje voor je neus op het strand staat. Gelukkig hadden we de camera mee dus het beestje staat op de gevoelige plaat.
Morgen worden we om half 11 in de nabij gelegen gorge verwacht waar we dit keer met een quad de boel gaan verkennen. Dit belooft natuurlijk weer wat en waarschijnlijk zit de blubber achter onze oren. Als het goed is kunnen jullie de volgende keer lezen hoe dit afgelopen is. Na dit spektakel vervolgen we onze route naar de golden bay en het abel tasman national park waar we hopelijk weer wat meer zon hebben.
Groetjes
zondag 7 maart 2010
Southland
Het vervolg in de Catlins is zeker de moeite waard. De camping waar we stonden zat vlak bij de cathedral caves, maar die zijn alleen te bereiken als het eb is. De weg naar de caves ging om 11uur open en het laagtij was om 1uur dus voor die tijd is maar naar lake Wilkie gegaan. Lake Wilkie is een meer waar een houten loopvlonder omheen gemaakt is, zodat je door de oevers van dit meer kunt wandelen, dit is een uitstekende manier om wakker te worden. Het weer begon op te klaren, het heeft de hele ochtend geregend en dit geeft prachtige plaatjes. Na een uurtje te hebben gewandeld zijn we richting de cathedral caves gereden. Deze grotten zijn door het geweld van de oceaan gevormd en lijken, zoals de naam doet vermoeden, op grote kathedralen. Een wandeling van ong. 40 minuten brengt je van de parkeerplaats naar het strand en over het strand naar de caves. Deze wandeling is bergaf en loopt door een dik begroeid bos zoals wij dat niet kennen. Een overvloed aan varens, mossen en ander mooi groen vergezeld door het vrolijke gefluit van de verschillende vogeltjes, die ook blij waren dat het weer dag was. De grotten zijn niet zo diep maar wel erg hoog en zo zie je wat de zee voor een kracht heeft. Na een tijdje te hebben rondgewandeld de moed verzameld om weer door het bos te gaan maar dan bergop. Terug bij de camper even wat gedronken en richting de Mc cleans falls gereden. Ook hier ging weer een prachtige wandeling aan vooraf, die werd beloond met een metershoge waterval. Het lijkt allemaal wat onwerkelijk doordat het middenin het bos is waardoor het zonlicht op allerlei manieren word gebroken door de dichte begroeiing. Kortom we hebben met open mond staan kijken.
Weer onderweg hebben we ons zeker niet verveeld, de weg slingert door de bergen en na elke bocht is het weer een verrassing wat het volgende uitzicht zal zijn. Zo zijn we uiteindelijk bij Curio bay terecht gekomen, met in de luwte hiervan Porpoise bay. Dit was zo goed als het zuidelijkste puntje van NZ, met aan de overkant de Zuidpool. Curio bay krijgt de volle laag van de oceaan die op de rotsen kapot slaan. Doordat boven deze rotsen een heuvel is waar we met de camper boven op konden staan, hadden we dus het best mogelijke uitzicht. Wat het schouwspel compleet maakt waren de dolfijnen die van de branding een speeltuin gemaakt hebben. In de Porpoise bay hebben we nog 2 zeeleeuwen gezien die tikkertje met elkaar aan het spelen waren. We hebben nog even getwijfeld om hier de nacht door te brengen, maar we hebben na een verkoelende milkshake toch maar besloten om verder te rijden.
Via Invercargill hebben we de Catlins achter ons gelaten en zijn we beland in een oud vissersdorp Riverton. De camping in Riverton had nog wel een plekje voor ons, op het moment dat we aankwamen om half 7 waren we de enige! We hebben dus uitgebreid van alle faciliteiten gebruik gemaakt en een heerlijk maaltje gekookt, voor meerdere dagen, in de campingkeuken. De eigenaresse van de camping was blij dat er toch nog wat klanten waren.
De volgende ochtend zijn we richting fjordland gereden naar lake Manipouri. Hier hebben we bij aankomst eerst een camping opgezocht, waar we voor 2 nachten een plekje gereserveerd hebben. Dit omdat we de volgende dag de Doubtfull Sound gingen verkennen met een kajak. Na onze plek te hebben bemachtigd zijn we via Lake Te Anau, de Milford road op gegaan. Deze weg behoort tot de wereld erfgoed lijst en we weten nu waarom. De weg is 120km lang en eindigt aan de voet van de Milford sound en leid over de uitlopers van de Alpen. Onderweg zijn er tal van uitkijk punten die over de valleien of langs het water de mooiste plaatjes geven van het immense Fjordland. Ook hier weer na elke bocht een verrassing en totaal verschillend met wat we tot nu toe gezien hebben. Op een van de hoger gelegen uitkijk punten hebben we onze eerste ontmoeting gehad met de Kea, een wilde papegaai soort. Deze eigenwijze vogel is niet bang voor mensen en daar kwam Rechel ook achter toen ze voorzichtig bukte om een mooi plaatje te schieten. De vogel dacht dat ze wat lekkers kreeg en kwam met een noodgang op haar af wat best schrikken is als je het niet verwacht. Op de foto’s staan dan ook alleen wat stukjes vogel. Na van de schrik te zijn bekomen, zijn we door gereden richting Milford via de Hollmer tunnel. Deze tunnel is 1200 meter lang en wordt geregeld door stoplichten, omdat er geen 2 auto’s naast elkaar in passen. Ook begint de afdaling naar zeeniveau in deze tunnel en is de verlichting niet al te best, al met al best spannend! Bij de Milford sound aangekomen is het gedaan met de rust en stikt het van de touringcars die mensen af en aan rijden om op een van de massale rondvaartboten te stappen, dit hebben wij overgeslagen en nadat we het begin van de sound hebben vastgelegd op de gevoelige plaat zijn we weer terug gereden richting Manipouri. In Te Anau hebben we nog een lekker visje gegeten en toen snel naar bed want de volgende morgen gaat om 6uur de wekker?!?!
Inderdaad 6uur want om half 8, en dat op zondag, werden we verwacht bij de kajak tour. De tour begon met een bootreisje van 45 minuten naar de overkant van Lake Manipouri. Ook dit maakt het vroege opstaan al meer dan de moeite waard, de zon komt op en het meer is omgeven door enorme bergen en hagelwitte strandjes. Aan de overkant is de enige weg naar het begin van de doubtfull sound, 22km lang aangelegd omdat er ook een elektriciteitscentrale op dit eilandje zit. In het visitors centre van deze centrale hebben we ons omgekleed in kajak outfit die bestaat uit een wetsuit, een sprayjurkje, een regenjasje en een zwemvest. Het leuke van deze tour is dat het erg kleinschalig is en we dus met 4 man en een gids in 3 bootjes op pad gingen. Eerst met een grote boot een eind op weg gebracht om vervolgens in 5 uurtjes terug te peddelen. Op zo’n moment ben je best klein tussen de megabergen en het water waar je op rond dobbert is ook nog 400 meter diep. Halverwege zijn we een strandje op gegaan en hebben we lekker een broodje met warme soep gegeten. Het weer was prachtig maar daardoor waren er weinig watervallen langs de hoge kliffen. Op zich best uniek want er valt per jaar ongeveer 8 meter neerslag in 200 dagen. We zijn blij dat we deze tour gedaan hebben want het is uniek om met z’n vijven de sound te verkennen in een kajak, de andere optie was op een grote boot met 140 man. Een machtige ervaring die we niet snel vergeten!! Nu zitten we heerlijk na te genieten maar wel in de camper want al dat moois heeft 1 keerzijde nl de sandfly!! Dit irritante beestje ter grote van een onweervliegje prikt je niet maar bijt je met als gevolg gapende gaten en enorme bulten maar vooral JEUK. De maoris hebben hiervoor de volgende verklaring:
Fjordland is gemaakt door een halfgod die in het zuiden is begonnen en steeds beter werd in wat hij deed met als meest strakke fjord de Milford sound. De reden dat hij dit gedaan heeft is om de mensen te plezieren met een mooi stukje natuur. Toen het af was zei men maar nu het zo mooi is willen de mensen niet meer weg en zal het niet heel lang mooi blijven. Na een tijdje na gedacht te hebben was de oplossing simpel : de sandfly!! Nu kan men er genieten, maar na een tijdje word je gek van de vliegen en ga je weer ergens anders heen en zo is het. Morgen verlaten we via Queenstown Fjordland om het volgende stuk van het Zuideereiland te verkennen.
Groetjes
Weer onderweg hebben we ons zeker niet verveeld, de weg slingert door de bergen en na elke bocht is het weer een verrassing wat het volgende uitzicht zal zijn. Zo zijn we uiteindelijk bij Curio bay terecht gekomen, met in de luwte hiervan Porpoise bay. Dit was zo goed als het zuidelijkste puntje van NZ, met aan de overkant de Zuidpool. Curio bay krijgt de volle laag van de oceaan die op de rotsen kapot slaan. Doordat boven deze rotsen een heuvel is waar we met de camper boven op konden staan, hadden we dus het best mogelijke uitzicht. Wat het schouwspel compleet maakt waren de dolfijnen die van de branding een speeltuin gemaakt hebben. In de Porpoise bay hebben we nog 2 zeeleeuwen gezien die tikkertje met elkaar aan het spelen waren. We hebben nog even getwijfeld om hier de nacht door te brengen, maar we hebben na een verkoelende milkshake toch maar besloten om verder te rijden.
Via Invercargill hebben we de Catlins achter ons gelaten en zijn we beland in een oud vissersdorp Riverton. De camping in Riverton had nog wel een plekje voor ons, op het moment dat we aankwamen om half 7 waren we de enige! We hebben dus uitgebreid van alle faciliteiten gebruik gemaakt en een heerlijk maaltje gekookt, voor meerdere dagen, in de campingkeuken. De eigenaresse van de camping was blij dat er toch nog wat klanten waren.
De volgende ochtend zijn we richting fjordland gereden naar lake Manipouri. Hier hebben we bij aankomst eerst een camping opgezocht, waar we voor 2 nachten een plekje gereserveerd hebben. Dit omdat we de volgende dag de Doubtfull Sound gingen verkennen met een kajak. Na onze plek te hebben bemachtigd zijn we via Lake Te Anau, de Milford road op gegaan. Deze weg behoort tot de wereld erfgoed lijst en we weten nu waarom. De weg is 120km lang en eindigt aan de voet van de Milford sound en leid over de uitlopers van de Alpen. Onderweg zijn er tal van uitkijk punten die over de valleien of langs het water de mooiste plaatjes geven van het immense Fjordland. Ook hier weer na elke bocht een verrassing en totaal verschillend met wat we tot nu toe gezien hebben. Op een van de hoger gelegen uitkijk punten hebben we onze eerste ontmoeting gehad met de Kea, een wilde papegaai soort. Deze eigenwijze vogel is niet bang voor mensen en daar kwam Rechel ook achter toen ze voorzichtig bukte om een mooi plaatje te schieten. De vogel dacht dat ze wat lekkers kreeg en kwam met een noodgang op haar af wat best schrikken is als je het niet verwacht. Op de foto’s staan dan ook alleen wat stukjes vogel. Na van de schrik te zijn bekomen, zijn we door gereden richting Milford via de Hollmer tunnel. Deze tunnel is 1200 meter lang en wordt geregeld door stoplichten, omdat er geen 2 auto’s naast elkaar in passen. Ook begint de afdaling naar zeeniveau in deze tunnel en is de verlichting niet al te best, al met al best spannend! Bij de Milford sound aangekomen is het gedaan met de rust en stikt het van de touringcars die mensen af en aan rijden om op een van de massale rondvaartboten te stappen, dit hebben wij overgeslagen en nadat we het begin van de sound hebben vastgelegd op de gevoelige plaat zijn we weer terug gereden richting Manipouri. In Te Anau hebben we nog een lekker visje gegeten en toen snel naar bed want de volgende morgen gaat om 6uur de wekker?!?!
Inderdaad 6uur want om half 8, en dat op zondag, werden we verwacht bij de kajak tour. De tour begon met een bootreisje van 45 minuten naar de overkant van Lake Manipouri. Ook dit maakt het vroege opstaan al meer dan de moeite waard, de zon komt op en het meer is omgeven door enorme bergen en hagelwitte strandjes. Aan de overkant is de enige weg naar het begin van de doubtfull sound, 22km lang aangelegd omdat er ook een elektriciteitscentrale op dit eilandje zit. In het visitors centre van deze centrale hebben we ons omgekleed in kajak outfit die bestaat uit een wetsuit, een sprayjurkje, een regenjasje en een zwemvest. Het leuke van deze tour is dat het erg kleinschalig is en we dus met 4 man en een gids in 3 bootjes op pad gingen. Eerst met een grote boot een eind op weg gebracht om vervolgens in 5 uurtjes terug te peddelen. Op zo’n moment ben je best klein tussen de megabergen en het water waar je op rond dobbert is ook nog 400 meter diep. Halverwege zijn we een strandje op gegaan en hebben we lekker een broodje met warme soep gegeten. Het weer was prachtig maar daardoor waren er weinig watervallen langs de hoge kliffen. Op zich best uniek want er valt per jaar ongeveer 8 meter neerslag in 200 dagen. We zijn blij dat we deze tour gedaan hebben want het is uniek om met z’n vijven de sound te verkennen in een kajak, de andere optie was op een grote boot met 140 man. Een machtige ervaring die we niet snel vergeten!! Nu zitten we heerlijk na te genieten maar wel in de camper want al dat moois heeft 1 keerzijde nl de sandfly!! Dit irritante beestje ter grote van een onweervliegje prikt je niet maar bijt je met als gevolg gapende gaten en enorme bulten maar vooral JEUK. De maoris hebben hiervoor de volgende verklaring:
Fjordland is gemaakt door een halfgod die in het zuiden is begonnen en steeds beter werd in wat hij deed met als meest strakke fjord de Milford sound. De reden dat hij dit gedaan heeft is om de mensen te plezieren met een mooi stukje natuur. Toen het af was zei men maar nu het zo mooi is willen de mensen niet meer weg en zal het niet heel lang mooi blijven. Na een tijdje na gedacht te hebben was de oplossing simpel : de sandfly!! Nu kan men er genieten, maar na een tijdje word je gek van de vliegen en ga je weer ergens anders heen en zo is het. Morgen verlaten we via Queenstown Fjordland om het volgende stuk van het Zuideereiland te verkennen.
Groetjes
donderdag 4 maart 2010
de kop is er af!
Na veel te lang stil zitten in een ronde koker met vleugels zijn we eindelijk beloond met waar we voor komen. wat een leuk land is dit zeg. Maar eerst was er nog een tussenstop in Hong-Kong natuurlijk. We moesten 8 uur door brengen in deze openlucht sauna en dat is gelukt. We hadden een hotelkamer net naast het vliegveld waar we heerlijk konden douchen. Het is te ver om naar downtown HK te gaan in deze tijd en we waren ook niet echt topfit. De lokale tijd was 8uur in de morgen en voor ons gevoel was het 1uur s’nachts. Waarschijnlijk zijn wij niet de enige met dit probleem en daarom hebben de overijverige hongkongers voor deze groep mensen een kabelbaan aangelegd net buiten het vliegveld. Deze kabelbaan brengt je naar een dorpje dat in het teken staat van een klooster iets verderop en een enorme boeda van 34 meter die boven op een berg gebouwd is. Deze attractie overbrugd precies de tijd tussen de 2 vluchten en op deze manier haal je toch een soort van frisse neus. Ook helpt het je om de ogen enigszins open te houden. Weer terug op het vliegveld hebben we nog sushi gegeten en waren we klaar voor het volgende stuk. Met behulp van ons HK avontuur, flauwe films en een biertje hebben we de meeste tijd van deze vlucht kunnen slapen en werden we gewekt met een ontbijtje om vervolgens om 730uur lokale tijd in Auckland te landen. Na alle verplichtingen en rompslomp bij de douane stonden we een uurtje later met een kop koffie van de ochtendzon te genieten, we zijn er. Onze eindbestemming van deze dag ligt echter nog een slordige 1200 km verderop wat we met een binnenlandse vlucht in een uurtje geklaard hadden dat konden we best hebben.
Na ons vlieg avontuur in Christchurch beeindigd te hebben, zijn we bepakt en bezakt op de stadsbus gestapt op naar het hotel in het centrum, om de komende nacht wat uurtjes in te kunnen halen. Gelukkig was het bij aankomst in het hotel 1230uur, dus na ff wat relaxen en opfrissen zijn we de stad maar een beetje gaan verkennen.
Je kunt echt goed merken dat de britten hier een grote invloed hebben, mooie bouwwerken en alle kids netjes in uniform met ruit naar school, maar dan wel op skateboard!
We zaten op het Cathedral square te genieten van alle bedrijvigheid, toen er een groep maori jongeren ons welkom heten met een liedje en een dansje, dus zijn we gelijk ingewijd.
Door dit te doen kunnen ze scholen voor hun gemeenschap bekostigen.
Hierna zijn we het stadspark ingelopen, genaamd de botanische tuin. Hier hebben we lekker in het zonnetje een uiltje geknapt en werden gelukkig wakker geschud, door een reddende engel (toekomstige bruidegom verkleed als..) anders waren we dag 1 al aardig voorzien geweest van een kleurtje. S’avonds op het terras gezeten en een hapje gedaan en om 21uur ging dan echt het licht uit.
De volgende ochtend hebben we de camper opgehaald en kon het echt gaan beginnen. Eerste stop was de supermarkt zodat onze koelkast gevuld kon worden. Ook moesten we natuurlijk onze kampeer benodigdheden inslaan, en wij als echte kampeer die-hards weten daar wel raad mee. Alles wat in de winkelwagen zat een plekje gegeven en daar gaan we dan richting het zuiden. Het eerste stuk is een beetje veel van het zelfde maar dat kan geen kwaad, zo kun je een beetje aan de auto, de regels en hoe de mensen er mee omgaan wennen. Eenmaal goed op weg eerst maar eens een lekker kopje koffie gezet, we hebben natuurlijk ons vertrouwde espresso potje + koffie mee (hoezo hollands). Dit smaakt toch prima zo langs de pacific in het zonnetje. Aan het eind van de middag zijn we aangekomen in het alom bekende Oamaru. Dit dorpje staat bekend om zijn pinguïns, blauwe en gele. We hadden zelf bedacht dat we s’ochtends voordat we weer zouden vertrekken hier langs zouden gaan, gelukkig vertelde de dame van de camping dat ze sávonds alleen te zien zijn omdat ze dan terug komen van een drukke dag op zee. Dus s’avonds de geitenwollen sokken aan en gewapend met telelens naar de spottershut boven op de berg geklommen. Daar aangekomen aan de praat geraakt met de oppersok die uiteindelijk steeds kon vertellen waar een pinguïn zat. Als je goed keek herkende je de vorm, ik denk dat de man aardig klaar met ons was want elke meeuw die we zagen vonden wij ook een pinguïn. Ook lagen een paar zeehonden en die herkende we wel. Toch een leuke avond en best speciaal. De eerste avond slapen in de camper is goed bevallen. S’ochtends een heerlijk ontbijtje met vers fruit, een eitje en een koppie thee gemaakt en daar gingen we weer. De eerste stop van de dag waren de Mouraki boulders, dit zijn aangespoelde vruchten die in de loop der tijd versteend zijn. Apart gezicht om enorme ronde keien midden op het strand te zien liggen en dus gewapend met camera erop af.
Hierna de toeristische attractie weer ontvlucht, om vervolgen verderop aan het strand van een lekker bakkie te genieten. De camper is uitgerust met een heel pienter kastje dat je via de radio laat weten of er iets interessants te zien is en hoe je er komt. Via dit kastje zijn we ook op shag point gekomen (shag=aalscholver). Op deze rotspartijen zijn dus enorm veel aalscholvers en ook weer zeehonden te zien en dat blijft leuk. Als laatste hebben we vandaag nog een flinke klim gemaakt richting Jack’s blowhole, dit is een opening in het land waar het zeewater via een grot naar toe stroomt en vervolgens nergens anders meer naar toe kan dan omhoog. De opening is 156 meter hoog en 68meter breed dus dat word een leuke fontein. Een kleine vereiste voor dit spektakel is dat het hoogwater moet zijn en daar hadden wij helaas geen last van. Toch is het weer een prachtig stukje natuur en is de klim zeker niet voor niets geweest het water gaat nog steeds tekeer in zo een veel te kleine ruimte.
Nu zitten we lekker op een camping in de Catlins, dit is een gebied waar bos over gaat in zee. Dit resulteert in prachtige watervallen en rotspartijen. Morgen gaan we op ons gemak door dit gebied wandelen en klimmen om zo niets te missen van al dit moois. Voor nu gaan we lekker nog een biertje drinken en genieten van ons kingsize camper bed. Tot een volgende keer maar weer.
Groetjes
Na ons vlieg avontuur in Christchurch beeindigd te hebben, zijn we bepakt en bezakt op de stadsbus gestapt op naar het hotel in het centrum, om de komende nacht wat uurtjes in te kunnen halen. Gelukkig was het bij aankomst in het hotel 1230uur, dus na ff wat relaxen en opfrissen zijn we de stad maar een beetje gaan verkennen.
Je kunt echt goed merken dat de britten hier een grote invloed hebben, mooie bouwwerken en alle kids netjes in uniform met ruit naar school, maar dan wel op skateboard!
We zaten op het Cathedral square te genieten van alle bedrijvigheid, toen er een groep maori jongeren ons welkom heten met een liedje en een dansje, dus zijn we gelijk ingewijd.
Door dit te doen kunnen ze scholen voor hun gemeenschap bekostigen.
Hierna zijn we het stadspark ingelopen, genaamd de botanische tuin. Hier hebben we lekker in het zonnetje een uiltje geknapt en werden gelukkig wakker geschud, door een reddende engel (toekomstige bruidegom verkleed als..) anders waren we dag 1 al aardig voorzien geweest van een kleurtje. S’avonds op het terras gezeten en een hapje gedaan en om 21uur ging dan echt het licht uit.
De volgende ochtend hebben we de camper opgehaald en kon het echt gaan beginnen. Eerste stop was de supermarkt zodat onze koelkast gevuld kon worden. Ook moesten we natuurlijk onze kampeer benodigdheden inslaan, en wij als echte kampeer die-hards weten daar wel raad mee. Alles wat in de winkelwagen zat een plekje gegeven en daar gaan we dan richting het zuiden. Het eerste stuk is een beetje veel van het zelfde maar dat kan geen kwaad, zo kun je een beetje aan de auto, de regels en hoe de mensen er mee omgaan wennen. Eenmaal goed op weg eerst maar eens een lekker kopje koffie gezet, we hebben natuurlijk ons vertrouwde espresso potje + koffie mee (hoezo hollands). Dit smaakt toch prima zo langs de pacific in het zonnetje. Aan het eind van de middag zijn we aangekomen in het alom bekende Oamaru. Dit dorpje staat bekend om zijn pinguïns, blauwe en gele. We hadden zelf bedacht dat we s’ochtends voordat we weer zouden vertrekken hier langs zouden gaan, gelukkig vertelde de dame van de camping dat ze sávonds alleen te zien zijn omdat ze dan terug komen van een drukke dag op zee. Dus s’avonds de geitenwollen sokken aan en gewapend met telelens naar de spottershut boven op de berg geklommen. Daar aangekomen aan de praat geraakt met de oppersok die uiteindelijk steeds kon vertellen waar een pinguïn zat. Als je goed keek herkende je de vorm, ik denk dat de man aardig klaar met ons was want elke meeuw die we zagen vonden wij ook een pinguïn. Ook lagen een paar zeehonden en die herkende we wel. Toch een leuke avond en best speciaal. De eerste avond slapen in de camper is goed bevallen. S’ochtends een heerlijk ontbijtje met vers fruit, een eitje en een koppie thee gemaakt en daar gingen we weer. De eerste stop van de dag waren de Mouraki boulders, dit zijn aangespoelde vruchten die in de loop der tijd versteend zijn. Apart gezicht om enorme ronde keien midden op het strand te zien liggen en dus gewapend met camera erop af.
Hierna de toeristische attractie weer ontvlucht, om vervolgen verderop aan het strand van een lekker bakkie te genieten. De camper is uitgerust met een heel pienter kastje dat je via de radio laat weten of er iets interessants te zien is en hoe je er komt. Via dit kastje zijn we ook op shag point gekomen (shag=aalscholver). Op deze rotspartijen zijn dus enorm veel aalscholvers en ook weer zeehonden te zien en dat blijft leuk. Als laatste hebben we vandaag nog een flinke klim gemaakt richting Jack’s blowhole, dit is een opening in het land waar het zeewater via een grot naar toe stroomt en vervolgens nergens anders meer naar toe kan dan omhoog. De opening is 156 meter hoog en 68meter breed dus dat word een leuke fontein. Een kleine vereiste voor dit spektakel is dat het hoogwater moet zijn en daar hadden wij helaas geen last van. Toch is het weer een prachtig stukje natuur en is de klim zeker niet voor niets geweest het water gaat nog steeds tekeer in zo een veel te kleine ruimte.
Nu zitten we lekker op een camping in de Catlins, dit is een gebied waar bos over gaat in zee. Dit resulteert in prachtige watervallen en rotspartijen. Morgen gaan we op ons gemak door dit gebied wandelen en klimmen om zo niets te missen van al dit moois. Voor nu gaan we lekker nog een biertje drinken en genieten van ons kingsize camper bed. Tot een volgende keer maar weer.
Groetjes
zaterdag 27 februari 2010
We zijn er klaar voor!
Nog minder dan 2 dagen te gaan, de koffers staan te/op springen.
We hebben weer aardig wat kunnen verzamelen, klaar voor het camper avontuur.
We vertrekken zondagmiddag vanaf Schiphol, om vervolgens dinsdagmiddag (nz tijd = +12h) in Christchurch neer te strijken.
Dan eerst maar ff bijkomen in het hotel, om de volgende ochtend de camper op te halen en rustig de ronde te beginnen.
Tot het volgende bericht, vanaf de andere kant.
We hebben weer aardig wat kunnen verzamelen, klaar voor het camper avontuur.
We vertrekken zondagmiddag vanaf Schiphol, om vervolgens dinsdagmiddag (nz tijd = +12h) in Christchurch neer te strijken.
Dan eerst maar ff bijkomen in het hotel, om de volgende ochtend de camper op te halen en rustig de ronde te beginnen.
Tot het volgende bericht, vanaf de andere kant.
Abonneren op:
Posts (Atom)


